Lycopodium alpinum ook wel bekend als Diphasium alpinum; De alpenwolfsklauw heeft opstaande vruchtbare stengels met eindige aren van sporophyllia (dat zijn sporenvormende organen) die ongeveer 10-15 cm lang zijn. Steriele stengels kruipen over de grond. Deze primitieve plant schijnt het goed te doen waar in de winter veel sneeuw is. Het is meer algemeen in het noorden. In het zuiden komt het alleen voor in bergachtige gebieden.
Hoe algemene wolfsklauwen van IJsland te herkennen:
1) Geen kruipende stengels en geen eindstandige aarvormige sporangia, bladeren naaldachtig met gladde randen:
Lycopodium selago) (= Huperzia selago, de dennenwolfsklauw; deze kaart
anders: ga naar 2)
2) Geen kruipende stengels maar sporophyllen (bladeren die sporenvormende organen hebben in de bladoksels) aan de bovenkant van de stengels, bladeren getand: Selaginella selaginoides, Kleine wolfsklauw
zo niet: ga naar 3)
3) Lange kruipende stengels ("lopers") maar sporophyllen aan de top van opstijgende stengels;
3a) bladeren van de opstijgende stengels tegen de stengel aangedrukt: Lycopodium alpinum, Alpenwolfsklauw
3b) bladeren van de opstijgende stengels niet tegen de stengel aangedrukt: Lycopodium annotinum, Stekende wolfsklauw
Erg zeldzaam op IJsland is Lycopodium clavatum - Grote wolfsklauw die meer algemeen is in andere delen van West-Europa. Deze is te herkennen aan de kleine blaadjes in het midden van de opgaande stengel waardoor een deel van de vruchtbare stengel onder de sporophyllen bijna kaal lijkt.
Zie
hier de botanische gegevens van de alpenwolfsklauw (Lycopodium alpinum i.e.Diphasium alpinum) opgesteld door Zeger de Jong (vertaling van Hörður Kristinssons "Flowering Plants and Ferns of Iceland")