Anser brachyrhynchus; de kleine rietgans is de tweede belangrijke broedende ganzensoort op IJsland. In tegenstellling tot de grauwe gans broedt de kleine rietgans uitsluitend in de hooglanden waar grote koloniën neerstrijken in moerassige gebieden (ook wel "oases" genoemd binnen de woestijnen van de hooglanden). Deze vogel broedt al vroeg. Rond half juni verlaten de ouderen en de jongen al de broedgebieden en zwermen uit. Het belangrijkse gebied is het moeras net onder de Hofsjökull gletsjer/ijskap (de þjórsarver), maar er zijn ook andere gebieden zoals de moerassen bij Hvannalindir, noord(-oostelijk) van de Vatnajökull. Voor de gemiddelde bezoeker aan IJsland zijn deze gebieden in de regel ontoegankelijk gedurende de broedperiode omdat de hooglandwegen en -sporen dan nog afgesloten zijn. Als gezegd, na de broedperiode verspreiden ze zich en kunnen in verschillende gebieden aangetroffen worden. Zij lijken op de grauwe gans. Het makkelijkste zijn ze te herkennen aan donkere kop en de veel lichtere nek. Verdere hebben ze een veel kortere snavel. Andere ganzensoorten zijn trekvogels die overtrekken van oost-Canada en Groenland en Europa (vnl. Britse eilanden). Dit zijn de kolgans (Anser albifrons: lijkt sterk op de grauwe gans maar heeft een zeer karakteristieke brede witte snavelbasis., de brandgans (Branta leucopsis: zwarte vogel m.n. aan de bovenkant met een witte kop) en de rotgans (Branta bernicla: zoals de brandgans maar kleiner met een donkere kop en een witte band op de hals).